0
filosoferen met kinderen, primair onderwijs

Vanaf 22 september 2015 is De Denkschool van start gegaan op de Rotterdamse Montessorischool! Twee keer per maand krijgen alle groepen filosofie, waarvan één les wordt verzorgd door De Denkschool en één les door de groepsleerkracht. De nadruk ligt op het ‘filosoferen’ als denkvaardigheid en taalverwervingsactiviteit.

Op donderdag 24 september gaf Leonie van Wees les aan de bovenbouw: groep 6,7,8. Tijdens deze eerste les vertelde ze over een boek, niet zomaar een boek, maar een boek waar heel haar geschiedenis en leven in detail stond beschreven. Het verhaal in het boek eindigt met dat Leonie in de klas staat en dit verhaal vertelt. Wat zou er daarna gebeuren? Zou dat ook in het boek staan? Of is de volgende bladzijde leeg? De vraag die de kinderen kregen was: als dit boek van jou was, zou je dan de laatste bladzijde omslaan?

“Ik sla de bladzijde wel om, want dan weet je wat er gaat gebeuren en dan kan je iets anders doen, je kan erge dingen voorkomen.”

“Ik zou niet te ver lezen, ik wil niet weten wat voor vervelends erin staat. Ook als is er geen leven zonder iets vervelends.”

“Het is ook wel hilarisch, want dan komt er in het boek te staan: nu leest hij de zin, nu leest hij de zin, nu leest hij de zin. Dat blijft doorgaan, want je blijft de zin lezen.”

“Als het boek zichzelf schrijft, dus wat je zelf hebt gedaan, dan schrijft het niet de toekomst.”

“Er zit een luikje in het boek en op het boek zit een knopje die je wel of niet kan indrukken en als je het knopje indrukt, dan komt er een pen uit die zweeft en kan schrijven.”

“Het kan niet door iemand anders worden beschreven, want niemand weet hoe jij de dingen beleefd.”

“Hoe werkt het dan als je droomt? Als iemand in jou zit, dan kan hij niet schrijven, want je bent telkens weer iets anders.”

“Je kan de letters in het boek veranderen. Je doet wat jij doet. Ik geloof wel in het verleden, maar niet in de toekomst. Je bepaald de toekomst: je doet wat je wil.”

“Je kan door het verleden bepalen wat er in de toekomst gebeurd. Het boek kent de toekomst door wat het boek weet uit het verleden. Bijvoorbeeld dat je ieder jaar naar de Efteling gaat.”

“Als er niets staat op de laatste bladzijde, dan zou ik bang zijn, want als er niets zou staan, dan ben of ga je dood.”
“Als de toekomst er in staat, dan moet het toch een oneindig boek zijn. Wat nou als er na je dood nog iets gebeurd?”

“Ik zou het niet doen, want dan ga ik anders naar dingen kijken.”

X